label_doelgroepen

button toeristen

button nieuwe-inwoners

button senioren

button jeugd

button ondernemers

 

 

Beleid

Parkeervoorzieningen gehandicapten

1          Inleiding

Voor mensen met een handicap heeft de gemeente Castricum op grond van artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) speciale parkeervoorzieningen getroffen die afwijken van de reguliere parkeervoorzieningen. Mensen met een handicap kunnen aanspraak maken op een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) en daarmee op een individuele gehandicaptenparkeerplaats (GPP) op kenteken.

 

Op 1 oktober 2001 is de gehandicaptenparkeerkaart van uniform communautair model voor mensen met een handicap in de Europese Gemeenschap ingevoerd.

Met deze parkeerkaart kan in de gehele Europese Gemeenschap gebruik worden gemaakt van de faciliteiten die door de kaart worden geboden overeenkomstig de nationale regels die gelden in de lidstaat waar de betrokkenen zich bevinden. Het vrije verkeer van mensen met een handicap wordt daardoor bevorderd.

Met de invoering van de GPK van uniform communautair model worden ook de criteria, waaraan moet worden voldaan om voor een GPK in aanmerking te komen herzien.

 

In verband met deze wijziging en de gemeentelijke wens om nadere regels te stellen met betrekking tot aanvragen om toekenning van gehandicaptenparkeerkaarten en individuele gehandicaptenparkeerplaatsen, is onderhavige beleidsnotitie parkeervoorzieningen gehandicapten opgesteld. 

 

2          Gehandicaptenparkeerkaarten

Er zijn (voor particulieren) op basis van artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) twee varianten van de GPK: de bestuur­derskaart (B) en de passagierskaart (P). Een combinatie van beide (B/P) kan ook.

 

2.1       Gehandicaptenparkeerkaart B

Op grond van de volgende voorwaarden kan een GPK B verstrekt worden aan een bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen of van een brommobiel:

1. de persoon heeft de beschikking over een motorvoertuig en een rijbewijs, én

2. de persoon heeft ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeper­king van langdurige aard (langer dan 6 maanden), én

3. de persoon is niet in staat om met gebruikelijke loophulpmiddelen zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan één stuk te voet te overbruggen, óf de persoon kan op grond van medische redenen aanspraak maken op de zogenaamde hardheidsclausule.

 

2.2       Gehandicaptenparkeerkaart P

Op grond van de volgende voorwaarden kan een GPK P verkregen worden aan een passagier van een motorvoertuig op meer dan twee wielen of van een brommobiel:

1. de persoon heeft ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeper­king van langdurige aard (langer dan 6 maanden), én

2. is niet in staat om met de gebruikelijke loophulpmiddelen zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan één stuk te voet te overbruggen, óf de persoon kan op grond van medische redenen aanspraak maken op de zogenaamde hardheidsclausule, én

3. de persoon is voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk van de hulp van de bestuurder die de persoon vervoert.

 

Hardheidsclausule

Van de zogenaamde hardheidsclausule kan een persoon gebruik maken wanneer hij/zij ten gevolge van een aandoening of gebrek aantoonbare ernstige beperkingen heeft, anders dan een loopbeperking, die het hebben van een GPK rechtvaardigt. Het moet daarbij gaan om een ernstig en in de regel uniek geval dat, bijvoorbeeld op basis van een medisch protocol, door de keurende arts wordt beoordeeld.

 

2.3       Gehandicaptenparkeerkaart voor instellingen

Ten behoeve van het al dan niet collectief vervoer van gehandicapten die in instellingen verblijven als bedoeld in artikel 8 AWBZ kan een GPK verstrekt worden aan instellingen. Dergelijke instellingen hebben vaak de beschikking over een of meer voertuigen waarmee bewoners worden vervoerd. Met een GPK voor instellingen is het niet meer noodzakelijk om voor iedere bewoner afzonderlijk een GPK aan te vragen (artikel 49, tweede lid BABW).

Aangezien de bewoners van dergelijke instellingen over het algemeen voldoen aan de gestelde criteria, kan deze kaart zonder tussenkomst van een keurende instantie worden afgegeven.

Op de GPK dient met een hoofdletter I te worden aangegeven dat het een kaart voor een instelling betreft. De kaart kan evenwel ook worden gebruikt wanneer bewoners met een personenauto worden vervoerd. In de regel is geen limiet opgenomen voor het aantal kaarten per instelling.

 

2.4       Geneeskundig onderzoek

Een GPK wordt niet afgegeven alvorens een geneeskundig onder­zoek met betrekking tot de handicap van de aanvrager heeft plaatsgevonden. Het geneeskundig onderzoek wordt indien nodig verricht door de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Noord-Kennemerland, Hertog Aalbrechtweg 5 te Alkmaar aan de hand van een medisch protocol, dan wel - bij externe advisering - door een vanwege het gemeentelijke gezag aangewezen deskundige als bedoeld in artikel 7 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Bij het onderzoek wordt rekening gehouden met de gebruikelijke loophulpmiddelen welke de aanvrager ter beschikking heeft.

Het medische advies wordt uitsluitend gebruikt om te bepalen of de aanvrager daadwerkelijk recht heeft op een GPK.

 

2.5       De aanvraag en afgifte

Personen die in aanmerking willen komen voor een GPK dienen een ingevuld en ondertekend 'Aanvraagformulier Gehandicaptenparkeerkaart (GPK)' in te dienen bij de gemeente.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van twee recente identieke pasfoto's.

De gemeente gebruikt dit formulier tevens om medisch advies bij de GGD of een andere deskundige instantie te vragen.

Per persoon wordt slechts één GPK verstrekt. De GPK is een persoons­gebonden recht dat niet overgaat op de rechtsopvolgers onder algemene of bijzondere titel.

Bij nieuwe (eerste) aanvragen voor een GPK is altijd een geneeskundig onderzoek verplicht. Bij verlengingen van een GPK is niet altijd een nieuw geneeskundig onderzoek noodzakelijk.

De houder van de GPK dient zelf voor een tijdige aanvraag van een nieuwe kaart zorg te dragen.

 

2.6       Model van de gehandicaptenparkeerkaart

De GPK dient aan de voorzijde te worden voorzien van een vervaldatum en de naam van de instantie die de kaart heeft afgegeven. De GPK moet tevens worden voorzien van de letters B (van bestuurderskaart), P (van passagierskaart) of I (van instellingenkaart), waarmee het kaarttype wordt aangeduid. Een combinatie van de letters B en P is mogelijk.

Aan de achterzijde moet de kaart worden voorzien van naam, voornaam, handtekening en pasfoto van de gebruiker.

Indien de kaart wordt verstrekt aan een instelling wordt geen pasfoto op de kaart aang­ebracht.

Bij >Naam = moet in dat geval de naam van de directeur van de instelling worden vermeld

Bij >Voornaam = de naam van de instelling.

De kaart is pas geldig indien deze volledig is ingevuld en ondertekend door de houder of, indien het om een kind gaat, door een van de ouders of verzorgers.

 

2.7       Gebruiksvoorschrift

De GPK moet bij gebruik goed zichtbaar achter de voorruit van het motorvoertuig geplaatst worden.

Op grond van het bepaalde in artikel 50 BABW mag de houder van een GPK daarvan geen gebruik laten maken indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van hemzelf of bewoners van de instelling aan wie de kaart is verstrekt. Laat de houder van een GPK dit gebruik wel toe, dan kan de kaart ongeldig worden verklaard door het gezag dan de GPK heeft afgegeven (artikel 53, derde lid BABW).

 

2.8       Geldigheidsduur

De geldigheidsduur van de gehandicaptenparkeerkaart is op grond van het bepaalde in artikel 51, eerste lid BABW in beginstel vijf achtereenvolgende jaren, gerekend vanaf de dag van afgifte. Indien daartoe redelijke grond bestaat, kan de geldigheidsduur van de kaart worden beperkt, met een minimumgel­digheidsduur van zes maanden.

Het recht op de kaart vervalt wanneer een einde komt aan de handicap of bij overlijden. 

 

2.9       Duplicaten

De gemeente geeft een duplicaat af indien de GPK is versleten, geheel of gedeeltelijk onleesbaar is geworden, verloren geraakt of tenietgedaan (artikel 52, eerste lid BABW). Indien de GPK is verstrekt door een andere gemeente, dient daar het dossier van de aanvrager te worden opgevraagd.

Indien de GPK is versleten dan wel geheel of gedeeltelijk onleesbaar is geworden, wordt een duplicaat slechts uitgereikt tegen inlevering van de oude kaart (artikel 52, tweede lid BABW).

 

2.10     Verlies of diefstal

Indien de houder van de GPK de kaart verliest of vermist tijdens de geldigheidsduur dient de hij/zij aangifte te doen bij de politie wegens vermissing of verlies/diefstal. Met een kopie van het proces verbaal kan hij/zij een nieuwe kaart aanvragen. 

 

2.11     Ongeldig verklaring

Het gezag dat de GPK heeft afgegeven heeft de mogelijkheid om de kaart ongeldig te verklaren indien hij is afgegeven op grond van door de houder van de GPK verschafte onjuiste gege­vens en niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest. In dergelijke gevallen is een herkeuring (nieuwe keuring) mogelijk (artikel 53 BABW).

 

2.12     Inleveren van de gehandicaptenparkeerkaart

Een GPK die zijn geldigheid heeft verloren moet zo spoedig mogelijk worden ingeleverd door de kaarthouder bij het gezag dat de kaart heeft verstrekt. Indien de kaarthouder is overleden, geldt deze verplichting voor degene die de GPK onder zich heeft (artikel 54 BABW).

  

2.13    Kosten

Voor het behandelen van een aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart worden, conform de legesverordening, leges geheven.

 

2.14    Rechten

Personen die in het bezit zijn van een gehandicaptenparkeerkaart mogen in Nederland:

  • parkeren op een door een bord E6 aangeduide algemene gehandicaptenparkeer­plaats, tenzij er op het bord of onderbord een kenteken is aangegeven van een ander voertuig;
  •  parkeren in een parkeerschijfzone zonder parkeerschijf. Er geldt geen geen beperking voor de parkeerduur;
  • met gebruikmaking van een parkeerschijf maximaal drie uur parkeren in woonerven buiten de met "P" aangeduide vakken, onder de voorwaarde dat het overige verkeer niet in gevaar gebracht wordt. Op de parkeerschijf moet wel de aankomsttijd worden aangegeven;
  • met gebruikmaking van een parkeerschijf maximaal drie uur parkeren op plaatsen waar een parkeerverbod geldt, aangeduid door een (zone)bord E1 (al dan niet met het woord zone erboven) dan wel langs een onderbroken gele streep, onder de voorwaarde dat het overige verkeer niet in gevaar gebracht wordt. Op de parkeerschijf moet wel de aankomsttijd worden aangegeven;
  • de gehandicaptenparkeerkaart in de gehele Europese gemeenschap gebruiken. De voorwaarden kunnen per land verschillen, deze staan vermeld in de bijsluiter "Europe­se gehandicaptenparkeerkaart, hoe en waar deze in 18 landen kan worden gebruikt".
  • Op wegen met betaald parkeren dient parkeergeld betaald te worden en de eventuele tijdlimiet in acht te worden genomen. Hierop kunnen uitzonderingen gelden. Dit dient ter plaatse gecontroleerd te worden.

 

3          Gehandicaptenparkeerplaatsen

Er zijn verschillende soorten gehandicaptenparkeerplaatsen: algemene gehandicapten-parkeerplaatsen en gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken.

In bepaalde gevallen kunnen personen die in het bezit zijn van een GPK de beschikking krijgen over een individuele gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.

 

3.1       Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen

Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen worden aangegeven door een bord E6 als bedoeld in bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens en een wit kruis op de bestrating. Alleen personen met een GPK mogen hier parkeren.

 

3.2       Gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken

Gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken worden aangegeven door een bord E6 als bedoeld in bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens met daarop of onder vermeld het kenteken van de auto van de bestuurder en een wit kruis op de bestrating.

 

3.2.1    Gehandicaptenparkeerplaats bestuurder

Voor een gehandicaptenparkeerplaats als bestuurder komt in aanmerking een persoon die voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • de persoon is houder van een GPK B en niet in staat om met gebruikelijke loophulp­middelen zelfstandig een afstand van meer dan 50 meter aan één stuk te voet te overbrug­gen, óf de persoon kan aanspraak maken op de zogenaamde hardheidsclausule, én
  • de persoon heeft geen mogelijkheid op het eigen erf te parkeren, én
  • binnen een afstand van 50 meter vanaf de woning van de persoon is naar het oordeel van de politie onvoldoende parkeergelegenheid beschikbaar, én
  • in de directe woonomgeving van de persoon is het uit verkeerstechnisch oogpunt mogelijk een gehandi­captenparkeerplaats aan te duiden of aan te leggen, én
  • de persoon is niet woonachtig in een gebouw waarin over het algemeen meerdere gehandicapten wonen, zoals bejaardentehuizen of woonzorgcentra. Personen met een zeer zware handicap en woonachtig in een bejaardentehuis of woonzorgcentrum kunnen eventueel wel in aanmerking komen voor een GPP. Het moet daarbij gaan om een ernstig geval dat door een keurende arts wordt beoordeeld.

Binnen de gemeente Castricum zijn de volgende bejaardentehuizen en woonzorgcentra aanwezig:

Castricum: De Boogaert, De Santmark en Sans Souci

Limmen: De Cameren

Akersloot: Strammerzoom

 

3.2.2    Gehandicaptenparkeerplaats passagier

Gehandicaptenparkeerplaatsen ten behoeve van gehandicapten die voor het vervoer bui­tenshuis zijn aangewezen op een ander worden in beginsel niet verleend.

Slechts bij wijze van hoge uitzondering wordt een dergelijke parkeerplaats toegewezen als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • de persoon is houder van een GPK P en niet in staat om met gebruikelijke loophulp­middelen zelfstandig een afstand van meer dan 50 meter aan één stuk te voet te overbrug­gen, óf de persoon kan aanspraak maken op de zogenaamde hardheidsclausule, én
  • de persoon heeft geen mogelijkheid op het eigen erf te parkeren, én
  • binnen een afstand van 50 meter vanaf de woning van de persoon is naar het oordeel van de politie onvoldoende parkeergelegenheid beschikbaar, én
  • in de directe woonomgeving van de persoon is het uit verkeerstechnisch oogpunt mogelijk een gehandi­captenparkeerplaats aan te duiden of aan te leggen, én 
  • de persoon is niet woonachtig in een gebouw waarin over het algemeen meerdere gehandicapten wonen, zoals bejaardentehuizen of woonzorgcentra. Personen met een zeer zware handicap en woonachtig in een bejaardentehuis of woonzorgcentrum kunnen eventueel wel in aanmerking komen voor een GPP, het moet daarbij gaan om een ernstig geval dat door een keurende arts wordt beoordeeld. 
  • Bovendien moet voldaan worden aan minstens één van de volgende bijzondere voorwaarden:
  • naar het oordeel van de politie stuit het aan huis afzetten en het van huis afhalen van de gehandicapte persoon uit verkeerstechnisch oogpunt op onoverkomelijke problemen, óf
  • naar het oordeel van een onafhankelijke arts is het in verband met de geestelijke vermogens van de gehandicapte persoon niet verantwoord dat hij of zij zich zonder toezicht of begeleiding in het maatschappelijke verkeer begeeft, óf
  • de gehandicapte persoon is een jong kind waardoor het niet verantwoord is dat hij of zij zich zonder toezicht of begeleiding in het maatschappelijke verkeer begeeft.

 

3.2.3    Gehandicaptenparkeerplaats bij arbeidsplaats

Aan een houder van een GPK B kan bij zijn/haar binnen de gemeente Castricum gelegen arbeidsplaats een parkeerplaats voor het op zijn/haar naam geregistreerde motor­voertuig toegewezen worden indien:

  • de betrokken werkgever niet in geschikte parkeerruimte bij de arbeidsplaats kan voorzien zoals eigen parkeerterrein, oprit, eigen weg, garage
  • indien het aanleggen van een parkeerplaats praktisch en verkeerstechnisch uitvoerbaar is.

Indien de GPP nabij een arbeidsplaats in openbaar gebied is toegewezen dient een bord met daarop de dagen en tijden aanduiding aangebracht te worden. Binnen de aangegeven uren mag de betrokkene parkeren. Op andere uren is de parkeerplaats beschikbaar voor iedereen.

 

3.3       Geneeskundig onderzoek

Voor het toewijzen van een GPP vraagt de gemeente altijd medisch advies bij de WMO zaak, tenzij uit eerder onderzoek al is komen vast te staan dat de betrokkene inderdaad aan de criteria voldoet. Dit kan het medisch onderzoek zijn dat heeft plaatsgevonden in het kader van de afgifteprocedure van de GPK. Dit medisch advies wordt uitslui­tend gebruikt om te bekijken of de aanvrager daadwerkelijk recht heeft op een gehandicap­tenparkeerplaats.

 

3.4       Procedure van de aanvraag

Personen die in het bezit zijn van een geldige GPK en die in aanmerking willen komen voor een GPP dienen een ingevuld en ondertekend formulier 'Aanvraag gehandicaptenparkeerplaats' in te dienen bij de gemeente. De gemeente gebruikt dit formulier tevens om medisch advies bij de GGD of een andere deskundige instantie te vragen.

 

De gemeente kan op basis van de gestelde voorwaarden voor een GPP besluiten de aanvraag niet ter advisering aan GGD voor te leggen en de aanvraag af te wijzen. De gemeente kan een verkeerstechnisch advies vragen aan politie als sprake is van bijzondere omstandigheden.

 

Bij een positief medisch advies en eventueel een positief politie advies neemt de gemeente een verkeersbesluit ten behoeve van de inrichting van de GPP. Het verkeersbesluit wordt gepubliceerd waarna een ieder die door dit besluit rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, hiertegen binnen zes weken na de datum van bekendmaking schriftelijk en gemotiveerd bezwaar kan indienen bij burgemeester en wethouders van Castricum. Na deze termijn van zes weken en indien geen bezwaarschriften zijn ingediend wordt de GPP aangelegd. Indien wel bezwaarschriften zijn ingediend wordt een heroverwegingsbesluit genomen.

 

Personen die verhuizen dienen deze verhuizing te melden in verband met het opheffen van de bestaande GPP. Indien er verhuizing binnen de gemeente plaatsvindt en nabij de nieuwe woning een gehandicaptenparkeerplaats gewenst is, moet een nieuwe aanvraag worden ingediend. Een verkeerstechnisch advies van de politie kan onderdeel vormen van de procedure en een nieuw verkeersbesluit dient te worden genomen.

 

3.5       Geldigheidsduur

Een GPP wordt voor de periode van vijf kalenderjaren toegewezen. Na verloop van deze periode kan er worden verlengd. Een medisch onderzoek maakt dan mogelijk weer deel uit van de aanvraagprocedure tenzij uit eerder onderzoek al is komen vast te staan dat aan de criteria wordt voldaan. Het medisch onderzoek dat heeft plaatsgevonden in het kader van de afgifteprocedure van de GPK kan gebruikt worden bij de aanvraagprocedure GPP.

De gemeente dient zorg te dragen voor de controle op de toegewezen GPP en het tijdig in de gelegenheid stellen van de betrokken gehandicapte persoon tot het doen van een nieuwe aanvraag.

 

3.6       Intrekken reservering woning

De toewijzing van een parkeerplaats bij een woning wordt ingetrokken:

  • na overlijden van de betrokkene;
  • indien de gezondheidstoestand van de betrokkene of de parkeer- of verkeerssituatie dusdanig is gewijzigd dat de parkeerplaats niet zou zijn toegewezen;
  • indien de betrokkene uit de woning verhuist of wordt opgenomen in een verpleeginrichting zonder uitzicht op terugkeer in de woning;
  • bij misbruik van de GPP

De gebruiker van de GPP of rechtsopvolgers onder algemene titel hebben de verplichting om dit zo spoedig mogelijk te melden aan de gemeente en, indien nodig mee te werken aan het feitelijk opheffen van de voorziening. Er wordt geen restitutie op aanlegkosten verleend.

 

3.7       Intrekken reservering arbeidsplaats

De toewijzing van een parkeerplaats bij een arbeidsplaats wordt ingetrokken:

  • na overlijden van de betrokkene;
  • indien de gezondheidstoestand van de betrokkene of parkeer- of verkeerssituatie dusdanig is gewijzigd dat de parkeerplaats niet zou zijn toegewezen;
  • indien de betrokkene zijn arbeidsplaats verliest of de arbeidsplaats wordt verplaatst.
  • bij misbruik van de GPP.

De gebruiker van de GPP of rechtsopvolgers onder algemene titel hebben de verplichting om dit zo spoedig mogelijk te melden aan de gemeente en, indien nodig mee te werken aan het feitelijk opheffen van de voorziening. Er wordt geen restitutie op aanlegkosten verleend.

 

3.8       Overgangsregeling

De bestaande gehandicaptenparkeerplaatsen bij de gebouwen waarin over het algemeen meerdere gehandicapten wonen, zoals woonzorgcentra en bejaardentehuizen, worden gehandhaafd totdat de betreffende parkeerplaats niet meer noodzakelijk blijkt te zijn na bijvoorbeeld overlijden van de betrokkene of indien de betrokkene verhuist.

 

De gehandicaptenparkeerplaatsen in de gemeente die niet geregistreerd staan en/of waarvan niet bekend is wanneer deze zijn toegewezen worden gehandhaafd totdat de betreffende parkeerplaats niet meer noodzakelijk blijkt te zijn na bijvoorbeeld overlijden van de betrokkene of indien de betrokkene verhuist.

 

3.9       Kosten

Voor het aanwijzen en inrichten van een gehandicaptenparkeerplaats en het wijzigen van het kenteken op of onder het bord E6, als bedoeld in bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens, worden, conform de legesverordening, leges geheven.